Over liefdes(on)geluk en een glazen muiltje

valentine

Liefde. Ik vrees dat ik er geen fan van ben. Althans niet van de plakkerige, papierenrozenblaadjesvormige variant. Allemaal leuk en schattig zo’n Valentijnsdag. Maar geef mij toch maar iets anders. Iets puurder, iets minder mierzoet. Zonder al die suikerhartjes en teddyberen als het kan. Wat dan? Ik heb absoluut geen idee. Ben ik er klaar voor? Ja.

Ik heb het afgelopen anderhalf jaar gespendeerd aan het zoeken naar wat iedereen wil: liefde. Het klinkt belachelijk om te zeggen, maar die had ik nog nooit gevonden. En hoe hard ik ook schreeuwde dat ik een feministe ben –wat ik ook altijd een beetje zal blijven– en mannen haatte –hmm.. -, begon ik toch wanhopig mijn best te doen om in de armen van Mr Right te belanden.

In die periode ontdekte ik ook de wondere wereld van Tinder. Een wereld waarin naar rechts swipen en daarna te matchen wonderen doet voor je zelfvertrouwen. Want hé, in real life zou ik nooit op zo’n man afstappen. Te hoog gegrepen, dacht ik. Straffer nog, in real life zou ik anderhalf jaar geleden op geen enkele man afstappen. De redenen daarvan zijn te dramatisch en tegelijkertijd te onnozel om allemaal uit te leggen. Laat ons het er maar op houden dat ik altijd al vrij onzeker was.

Het gekke is dat ik door Tinder in eerste instantie nog meer sceptisch geworden ben. Ik ontmoette er mannen die ik meteen geweldig vond, mannen waarmee ik uiteindelijk ook op date ging. De eerste draaide op niet veel uit. De typische Tinderman bleek later. Leuke avond, lekkere wijn. Maar de nasmaak werd wel erg bitter toen ik er uiteindelijk niks meer van hoorde. Bon, next dus. Al een even groot fiasco. Ik leerde een aantal mannen kennen waarvan ik vrees dat ze binnen dit en vijf jaar in de psychiatrie zitten. Blijkbaar is een sexy uiterlijk in combinatie met een vlotte babbel daar het ideale herkenningsmiddel voor. De enige oplossen was hard wegrennen.

Op een gegeven moment dacht ik wel echt de prins op het witte paard gevonden te hebben. Hij was grappig, knap en had zo zijn lieve momenten zonder dat het overdreven werd. Maar het belangrijkste was dat hij echt geïnteresseerd leek in mij. Ik viel als een blok voor hem. Helaas hoorde bij die val ook een harde bodem. Tegen 1000 km/u, boem.

Een ‘relatie’ –geen idee of ik het zo kon noemen, onderwerp werd altijd genegeerd– hoort het beste in jezelf naar boven te halen. Nu ik er zo op terug kijk, deed het dat helemaal niet. Integendeel, hij wakkerde mijn onzekerheid juist weer aan. Er waren van die bepaalde zinnetjes en gedragingen waardoor ik mij heel klein voelde. Onwetend misschien omdat ik geen relatie pro ben. In ieder geval niet hoe ik mij hoorde te voelen. De doodsteek was dat toen mij hier ook op afrekende en me nog een waslijst meegaf van alle dingen die ik in zijn ogen ooit fout gedaan had “om ervan te leren”.

Ik denk dat ik toen de klik gehad heb dat ik –pardon my french– f*cking meer verdien dan dat. Ik verdien iemand die me op handen draagt in plaats van zich beter te voelen dan mij of wie dan ook. De volgende man die mijn hart wil veroveren, moet eerst maar eens het zijne laten zien. Hij zal zweten en zwoegen. Hij zal allicht eerst het deksel op zijn neus krijgen maar eens hij zich bewezen heeft, zal ik dat neusje lieflijk verzorgen. Tinderella heeft gesproken.

Liefs

Nathalie